maandag 26 december 2011

Langzaam Leven

Ik droom over langzaam leven. Dat wij allemaal langzaam levenl.

Fluisterend langzaam.

’s Morgens, vlak voor we weggaan, kijken we tevreden naar onze zorgvuldig gestrikte schoenen.
En daarvoor hadden we al over de deken van ons bed gestreken toen we hem glad trokken zodat het bed in zijn eentje stil kan pronken als we weg zijn.
Onze tas staat te stralen op een stoel.

In de winkel zoeken we de krant die we vandaag willen lezen en maken we een praatje.

Ons werk doen we zo, alsof we kleine visjes bakken. Behoedzaam.

We proeven genoeglijk ons speeksel als we tussen de middag schapenkaas eten.

Als we ’s avonds naar onze vrienden fietsen, vinden we het leuk dat onze benen ronddraaien.

‘s Anderendaags planten we een plantje in de tuin en gieten er wat water bij.
Dan blijven we stil zitten. Zo stil, dat we het Gras horen Groeien.


Zo zacht dat we het Leven horen Broeien
En zo stil dat we de Passie voelen Gloeien.

zondag 23 oktober 2011

Goed nieuws


Van de zomer klom ik hoge bergen. 5600 meter was de Shara La in Ladakh.
Voetje voor voetje  ploeterde ik voort over een uit de rotsen gehouwen pad inwendig klagend over mijn geringe capaciteit om zuurstof op te nemen.  Nou is 5600 wel hoog natuurlijk maar de rest van de groep stond al ruim ademend boven.
‘Nu heb ik er genoeg van’ zei ik terwijl ik boven uitkeek over de bergen en in de verte de eeuwige sneeuw van de Himalaya zag. “ Ik wil rustig en vrij ademhalen. Niet op elke berg  een hart voelen dat mijn borst uit wil.  Niet in elk zomerhuisje vechten tegen de waarschijnlijk vermeende gevaren van huisstofmijt. Niet bij elke schrik hyperventileren.”
We hingen gebedsvlaggen onder de wolken en een gewezen monnik beklom de hoogste rots, wierp zijn armen met een grote zwaai in de lucht en riep zodat de verste verten het konden horen, dat we alles kunnen bereiken als we maar bidden en vertrouwen.

Ik bezocht een Tibetaanse wijze man.
“Wijze man, ik heb moeite met ademhalen op deze wereld.”
De wijze man hield mijn pols vast en keek me diep in de ogen.  Toen begon hij te spreken.
Hij vertelde mij welke oefeningen ik bij zonsopgang moest doen en als het me lukte, ook bij zonsondergang en daarna moest ik mediteren op het element ‘ruimte’, twaalf jaren lang.
Ik begon ijverig de volgende dag.
Het element Ruimte.
Als ik mijn ogen dichtdeed, kreeg ik het benauwd. Ik zag nergens ruimte. Hier in Nederland is dan ook geen ruimte. Aan mijn bergtocht denken dan, aan de  verlaten valleien van Changtang .  Maar het was daar  vol met  marmotten, yaks en rivieren. Om de drie, vier dagen vond je er een dorp. Dat is geen ruimte.  Ja, als de Himalaya en de Karakoram niet helpen, dan maar denken aan de kosmos, die zo groot is, zo onvoorstelbaar groot.  Maar een grote kosmos zag ik niet, ruim vond ik het er ook niet:  hij hing vol bollen en zonnen. Benauwde boel daar.
Toen las ik het vandaag in de krant. Het is al sinds de jaren dertig bekend maar wie denkt daaraan als ie benauwd is:  de ruimte is in beweging en breidt zich iedere minuut uit met miljoenen kubieke meters vacuüm en geluidsgolven planten zich daar ook niet voort want het is er molecuulloos. Wat een rust.

Daar kon mijn benauwde ik niet tegenop.

zondag 24 juli 2011

De Pakistaanse schrijver Ali Sethi is een ridder!

Pakistan is een goede derde in de top vijf van de gevaarlijkste landen ter wereld voor vrouwen. Het is een conclusie gebaseerd op wereldwijd onderzoek van de Thomson Reuters Stichting.(De andere vier onfortuinlijke staten zijn in volgorde van ‘gevaarlijkheid’: Afghanistan, Kongo, India en Somalië).
‘Die hoge notering van Pakistan is vooral te wijten aan het hoge aantal gevallen van eerwraak. Jaarlijks komen volgens schattingen zo'n 1.000 vrouwen om als gevolg hiervan. Vrouwen worden er gestenigd of met giftige stoffen overgoten. Ook worden in Pakistan veel gedwongen huwelijken gesloten; dat gebeurt vaak al op zeer jonge leeftijd ’aldus Trouw van 15/6.

De Wensmaker, een roman van de zeer jonge Pakistaanse schrijver Ali Sethi lees ik deze zomer bij de open tuindeuren. Het boek is heerlijk dik en het is vakantie. Buiten regent het de hele tijd maar het boek draagt een innerlijk vuur in zich!  Het is een kroniek van een Pakistaanse familie, staat op de achterflap. Ik lees een verhaal over drie generaties Pakistaanse matriarchen. Mannen blijven in dit verhaal op de achtergrond. De mannelijke ik-figuur, Zaki, is voor een belangrijk deel van het verhaal de rol van toeschouwer toebedeeld.
Matriarchen. Daadi, de grootmoeder van Zaki bestiert het huishouden en is vanwege haar leeftijd en dominante aard de baas in huis. Haar man is niet meer en haar enige zoon ook niet. In het huis woont wel zijn weduwe Zakia, de moeder van Zaki. Deze ‘moderne’ vrouw runt the Women’s Journal een tijdschrift voor vrouwen dat zich niet alleen met lifestyle bezighoudt maar ook met de positie van de vrouw in Pakistan en dus met politiek. Zakia is aanhanger van Benazir Bhutto, de eerste vrouwelijke premier in de islamitische wereld. Zakia strijdt voor vrouwenrechten, doet mee met protestmarsen waarbij ze zelfs in de politiecel belandt. Verder is Zakia bevriend met ongewone vrouwen, zoals de ‘ik’-figuur Zaki het noemt en hij legt uit wat hij onder deze ‘ongewoonheid’ verstaat. Vrouwen die hun eigen auto rijden, naar kantoor gaan en onelegante kleren dragen. Ze gaan naar conferenties en seminars en geven lezingen of ze zijn advocaat of journalist. Deze ‘ongewone’ vrouwen die roken en drinken, bezoeken in drommen het huis, waar ze op de veranda schreeuwend discussiëren.
Er woont nog een nichtje in het huis, Samar Api. Zij is van de generatie van Zaki. Haar moeder Chhoti, de veel jongere zuster van Daadi, is na een mislukte verloving in arren moede getrouwd met een man uit een provinciale, conservatieve gemeenschap waar vrouwen en mannen strikt gescheiden leven en waar van vrouwen volledige gehoorzaamheid en onderworpenheid wordt verwacht. Om haar dochter voor deze dodelijke sfeer te behoeden geeft Chhoti haar ter opvoeding aan haar zuster Daadi zodat Samar Api in verlichtere omstandigheden in Lahore kan opgroeien. Het meisje is een levendig en ondernemend type. Ze laat haar jongere neef delen in haar geheime avonturen en gebruikt hem als dekmantel als dat nodig is.
Een ‘reputatie’, daar gaat het om in een vrouwenleven, dat vertelt Samar Api aan Zaki. En over het gewicht van deze reputatie in een vrouwenleven, daar gaat het over in dit verhaal. Ze noemt het niet maar we weten het allemaal, de reputatie in een samenleving als deze, hangt af van de zedigheid van de vrouw. Het erotische leven van de vrouw mag alleen binnen het huwelijk bestaan en of dit erotische leven haar geluk brengt of niet dat is  onbelangrijk. Als ze ongetrouwd geen maagd meer is, heeft ze publiekelijk afgedaan en heeft dan nog weinig kans een gelukkig (seksueel) leven te leiden. Dat is niet alleen triest, dat is horror! De samenleving zuigt als een vampier het leven uit haar vrouwen. Seksualiteit is immers ultieme levensenergie en als een vrouw die niet in eigendom kan nemen en kan gebruiken wanneer en waar en met wie ze wil, dan is ze een lege huls, horig aan familie en mannen.
Samar Api weet hoe belangrijk de reputatie is en daarom beleeft ze haar eerste grote liefde in het geheim. Wat haar wens was( het boek heet De Wensmaker) en hoe het afloopt met Samar Api, dat verklap ik niet.
Wat ik wil meegeven is iets anders. Het gaat om ‘het bewustzijn’ dat Zaki heeft toebedeeld gekregen door zijn schepper Ali Sethi. Zaki toont zich een ware ridder als de veertienjarige Samir Api haar geheime avontuur beleeft. Hij beschermt haar, dekt haar gedrag en luistert naar haar verhalen. Als haar minnaar haar in de steek laat en uiteindelijk uitkomt wat er is gebeurd, komt haar moeder Chhoti naar Lahore, slaat haar in het gezicht en neemt haar voor straf mee naar het platteland waar ze zelf ook verstoten wordt want ook zij is niet meer in de gratie. Haar man trouwt een tweede, zeer jonge vrouw en maakt een nieuwe familie met haar.
Zaki wordt door zijn eigen moeder ter verantwoording geroepen. Hij wist er toch allemaal vanaf? Waarom had hij het hele geval geheim gehouden en waarom had hij niet erger voorkomen? Dan blijkt de grote moed van Zaki en zijn grote inzicht- hij dient zijn boze moeder van repliek door haar een halfbakken liberaal te noemen. Hij vindt dat als puntje bij paaltje komt haar progressieve, emancipatoire ideeën veel te wensen overlaten want zelfs zij blijkt ‘de reputatie’ van Samar Api belangrijker te vinden dan de vrijheid van het meisje.
Een bijzonder standpunt voor een jongeman in deze conservatiefislamitische samenleving. Een moedig standpunt en een ridderlijk standpunt. Zo een broer zou ik willen hebben als ik daar geboren was. Hij is overigens nog te jong en de normen en waarden van de samenleving te machtig, om in te kunnen grijpen. Opvallend is overigens dat Zaki zelf geen toenadering zoekt tot meisjes. Er zijn allusies naar homoseksualiteit. Misschien maakt deze uitzonderingspositie hem zo krachtig.
Spannend dit boek, vaak goed geschreven, een absolute aanrader. Verhalen doen een land weer op een ander manier kennen dan een statistiek. Beide wegen zijn overigens waardevolle manieren om een inkijk te krijgen in een samenleving zonder er ooit geweest te zijn. Dit verhaal maakt maar al te duidelijk hoe hardnekkig onderdrukking van vrouwen is door hun reputatie afhankelijk te maken van hun maagdelijkheid. Het verhaal laat goed zien dat deze onderdrukking zelfs diep verankerd is in de psyche van de ‘moderne’ vrouwen in het land, dat ook zij nog niet in staat zijn de jonge meisjes te steunen om hun levenskracht ten toon te spreiden.Dat de bescherming van de maagdelijkheid van vrouwen de crux is van vrouwenonderdrukking weet Ali Sethi en hij stelt het  aan de kaak.

zaterdag 2 juli 2011

Zweven en VLIEGEN

Doen alsof je de wijsheid in pacht hebt
en de liefde zelf bent
Dat is geen Bewust Zijn
In haar haast ontkent New Age vaak ego
Niets blaast het ego meer op dan het ontkennen van het ego
Alleen de voeten zorgvuldig neerzetten doet VLIEGEN

zaterdag 16 april 2011

Ambabai ontketend

Vrouwen bestormen tempel
Heel belangrijk nieuws vandaag in Trouw .
Een groep van veertig Indiase vrouwen is een voor vrouwen verboden deel van de Malahakshimi tempel in Kolhapur ( ten zuiden van Mumbai) binnengestormd. Ze wilden een offer brengen aan de godin Ambabai die in het het Heilige van het Heiligste deel vertoeft. De vrouwen sloegen priesters en politie van zich af en marcheerden binnen.
De tempel mocht de laatste twee duizend jaar weliswaar door vrouwen betreden worden maar vrouwen mochten vanwege hun menstruatie de godin alleen op afstand vereren.

Dit is een enorme ontketening van kracht van vrouwen, kracht die zich juist in de maandelijkse cyclus bevindt.
Leve deze dappere vrouwen in een land waar emancipatie van vrouwen voor velen nog een droom is.
Deze actie zou grote gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van alle vrouwen en daarmee alle mannen op aarde en voor onze planeet, Moeder Aarde.

De godin Ambabai is godin van  Vrede en Welzijn en Bloei

dinsdag 22 maart 2011

Kitschproza en kunstproza

Pleidooi voor literatuur met gulden snede

Nu schrijf ik een roman over Ana. Het gaat over een Spaans meisje dat geboren wordt op de dag dat ‘Il Generalissimo’, de oude Franco, het leven laat. Ik hou van Ana, ik schrik van de ellende die ze moet meemaken en bij elke zin die ik schrijf, vraag ik me af: ‘is dit kitsch, is het ‘overdone’ of  is het toch 'echt'. Het is een dans, dat kan ik u vertellen. De vloer is glad. Een emotie vertaald in proza, riekt al gauw naar sentimentaliteit.
En dan de verhaallijn. Over een gelukkig leven valt weinig te schrijven. ‘Mijn Ana’ leeft een tijdlang een ‘onverdraagzaam leven’. Toch gaat ze er misschien in slagen zich BEWUST TE WORDEN van de onderliggende problematiek''. Oei! Is dat glad ijs, schuif ik naar de kitschkant van de ijsbaan?
Ik worstel. De 'hoop ellende' in de roman, zou teniet worden gedaan door een al te gelukkig einde, dan zou al die moeite van de voorafgaande 250 bladzijden, voor niets zijn geweest. Dan eten we uiteindelijk toch gebak gemaakt met suikerwater en dat doet pijn aan de tanden.

Naar aanleiding van mijn eigen zoektocht, lees ik momenteel graag wat anderen over 'kitsch' in de literatuur zeggen. Van de week  las ik een recensie van Rob Schouten over de twee nieuwe boeken van Kader Abdolah, zijn nieuwe roman De Koning en zijn Boekenweekgeschenk: De Kraai (woensdag 16 maart Trouw). Schouten noemt deze literatuur ‘Feelgoodliteratuur' mogelijk in navolging van Jeroen Vullings  die deze term, aanvankelijk alleen gebruikt voor film en 'levenskunst'boeken, bewust  breder inzet. In zijn essay over  literatuur met de ondertitel  een pleidooi voor onbehagen(Vrij Nederland, 19 februari), noemt hij o.a. het werk van Abdolah maar ook van Japin en van Zijl  ‘feelgoodliteratuur’. Dit soort literatuur karakteriseert hij als stichtelijk en daarmee kleinburgerlijk .
Literatuur moet onbehagen oproepen, mag niet gemakkelijk ‘weglezen’.beweert Vullings. Mooie, ‘goedvoelende’ sprookjes zijn immers niet reëel. Instemmend parafraseert Vullings de Franse filosoof Alain Finkielkraut dat de roman de permanente oppositie moet zijn tegen het nivellerende simplisme van het Goed-en-Kwaad-sprookje, ofwel Sint Joris met de Draak. En Finkielkraut citerend: de verbeelding verkent het onbeheersbare, het droombeeld is er de ontkenning van.’ Bij ‘verbeelding’ zou het om literatuur gaan met de grote L, bij het droombeeld om een beeld van het leven zoals het niet werkelijk is.
Het is een postmodernistische visie die Vullings verkondigt. Het is een uitgangspunt van veel literatuurcritici heden ten dage hier te lande. Er aan ten grondslag ligt het idee dat de wereld niet te interpreteren is. Dit idee gaat vaak gepaard met een cynisch wereldbeeld en dat genereert koude literatuur en koude literaire kritiek.

Ik ben het met Vullings eens dat literatuur interessant wordt als er onbehagen wordt opgeroepen en niet met clichébeelden van goed en kwaad in zee gaat. Zo wordt het verborgene in ons zelf aangeraakt, ons peilloze verdriet, onze gekmakende woede, onze afschuwelijke angst, onze schuldgevoelens en schaamte die ons lamslaan. Het is een vorm van literatuur die tot het 'tragische' genre behoort. Het schrijven en lezen van dergelijke literatuur helpt ons BEWUST WORDEN van wat er in onze verborgen krochten leeft. Een peripetie, een 'omslag' waarbij personages inzicht krijgen in hun 'lot' is een moment dat loutering kan veroorzaken, zuivering van de ziel. Niet alle onrustbarende kunst werkt zo.
Het is precies het verschil dat ik aanduidde in het verontrustende werk van Louise Bourgeois en Hans Bellmer.in het Gemeentemuseum (zie mijn blog van december). Het werk dat Bourgeois maakt loutert, het werk van Hans Bellmer geenszins.
Ik geloof niet dat alleen het tragische genre tot het hooggebergte van de literatuur gerekend kan worden, zoals Vullings dat noemt.  Naast het tragische zijn er nog wel meer genres in de literatuur. Het komische genre dat de aardse ellende met een knipoog beschouwt. Het onrustbarende in het leven is te verdragen door er om te lachen!
Kader Abdolah is een 'verhalenverteller' een steeds vaker beoefend genre. De afschuwelijke werkelijkheid van Iran zoals hij die beschrijft wordt voelbaar gemaakt maar ook draaglijk door de warmte waarmee verteld wordt.  

Proza en films die te zoet en slijmerig aanvoelen zijn sentimenteel  in plaats van emotioneel. Misschien omdat gruwelijke werkelijkheden ontkend worden en er droombeelden gevoerd worden aan de lezer. Het gaat mij te ver om het werk van Japin en Abdolah daarmee te associëren door het als  ‘feel goodliteratuur’ af te doen. Ik vind niet dat deze schrijvers ‘niet bestaande droombeelden’ en onware sprookjes neerzetten zoals Vullings beweert. Liefde en genezing maken in mijn optiek niet alleen deel uit van hun werk maar ook deel uit van het leven en dat ontkennen is ook 'ontkennen van realiteit'.

Literaire hoogstandjes kunnen we in elk genre tegenkomen: literatuur hoeft niet altijd onbehaaglijk te maken en onrust te baren om tot het hooggebergte van het literaire landschap te horen. Voor mij is het belangrijk dat kunst louterend werkt. Loutering, dat heeft te maken met liefde en liefde  haalt nou net de kou uit het bestaan en daarmee uit de kunst maar dat wereldbeeld is blijkbaar niet cynisch genoeg om ten grondslag te liggen aan proza en aan literatuurkritek in de ogen van toonaangevende critici. Ik denk dat het tijd is voor vernieuwing op dat gebied.
Ik pleit voor een literatuur met een gulden snede.
Dat heb ik op mijn zoektocht naar grenzen tussen kunst en kitsch ontdekt (eind goed, al goed).

vrijdag 18 februari 2011

Open brief aan Antoine Bodar

“Ach, mevrouw, het is nog veel erger dan u denkt….”
Ik ben een afvallige. Van de zomer heb ik mijn opzegbrief zelf naar de parochie gebracht. Een pastor belde me met de vraag wat me tot deze stap had bewogen. Ik vond de kerk te patriarchaal, legde ik uit en de vrouw verzuchtte: “Ach mevrouw, het is nog veel erger dan u denkt.”

De bewerking van de toespraak van Antoine Bodar, die hij hield bij de presentatie van zijn glossy, zoals  5 februari gepubliceerd door het dagblad Trouw, raakt mij omdat ik een relaas lees van een mens die verantwoordelijkheid wil nemen neemt voor misstanden binnen het instituut dat hij vertegenwoordigt. Wat ik mis, is een analyse van hoe juist deze misstanden hebben kunnen gebeuren, hoe er een relatie is met de aard van de leer en de organisatie van deze kerk.

Ik ben éen van degenen die de katholieke kerk niet meer van deze tijd vindt; Bodar zegt mij veel te makkelijk dat dergelijke opmerkingen gemaakt worden zonder nadenken.

De institutie zowel als de leer van de kerk zijn niet tijdloos, ze horen bij een bepaalde fase van de ontwikkeling van de mens. In mijn optie is er een enorme paradigmashift gaande. Het zich laten bepalen door gezagsstructuren en beperkende denkpatronen maakt plaats voor bewustwording en emancipatie en nieuwe vormen van verbindingen tussen mensen. Er is ook een zoeken naar nieuwe vormen van spiritualiteitbeleving. We kiezen meer en meer voor een mens die zich in vrijheid kan ontwikkelen.

Het is in dat licht de patriarchale god die irriteert. De vaderfiguur die liefheeft en straft op een manier die in zwang was in het Midden-Oosten in de tijd van het ontstaan van de Bijbel. Door deze voorstellingen ontstaan er ‘imprints’ in de geest maar ook in de ziel. Het gebruik van een voortdurend ‘Hij’ voor het Goddelijke heeft wezenlijk invloed op de persoonlijkheidsontwikkeling als jongen tot man en als meisje tot vrouw. Taal is niet zomaar een mantel. De woordkeus op zich zegt wat over ‘de kijk op de dingen’. De woordkeus heeft niet alleen mentale invloed maar ook invloed op de ziel, zeker als de mens zo openstaat als op een moment van spirituele beleving.

Het antropomorfisch beschrijven van het Goddelijke is niet het probleem. Het gaat erom dat er geen evenwicht wordt aangebracht tussen vrouwelijke en mannelijke krachten die beide als Goddelijk worden aangemerkt; niet gelijk aan elkaar maar gelijkwaardig aan elkaar.
Dit gebeurt wel in verschillende spirituele leren van over de hele wereld die niet tot het heersende Jodendom/ Christendom en de Islam gerekend worden en als heidens en/of polytheïstisch worden afgedaan. De waarneming door de bril van deze patriarchale drie was en is echter zelden accuraat en doet geen recht aan deze andere vormen van beleven van de mysteriën van het leven.

De leer heeft een patriarchaal karakter en daaruit vloeit voort dat de organisatie van de kerk dat ook heeft. Mannen die de leiding hebben en mannen die bemiddelaar zijn tussen het Goddelijke en de mensen, en met name mannen die het intellectuele gedachtegoed bepalen.
Er is te weinig gelijkwaardige uitwisseling met vrouwen waardoor het vrouwelijke in deze mannen die de organisatie vorm geven niet op gebalanceerde wijze tot ontwikkeling kan komen. Zo wordt disharmonie in de geesten van zovelen gecreëerd. De situatie zoals die nu is, ervaar ik bovendien als uiterst pijnlijk voor vrouwen. De prachtige priesterrol wordt hen onthouden en een prominente rol in het ontwikkelen van het intellectuele gedachtegoed in de kerk wordt hen onthouden. Het is in een organisatie van wereldformaat die zoveel invloed heeft op het persoonlijke leven van mensen een Heilige plicht om vrouwen en mannen samen voortrekkersrollen te laten vervullen en beide priesterlijke handelingen te laten verrichten.

Er is nog een ander punt. God staat in de katholieke leer buiten de mens. Hij heeft de mens weliswaar bekleed met een kracht als de zijne, hij heeft zijn oog in hun hart geplant, maar heeft hen deze zaken ‘gegeven’.
Zo een buiten de mens staande god, is een patriarchale macht. De mens moet maar afwachten wat haar of hem toevalt. Een dergelijke voorstelling van de relatie tussen het Goddelijke en de mens maakt de mens tot een arm wezen, die gebukt gaat onder schuld en schaamte, die weinig kan ingrijpen in haar/ zijn bestaan. Angst voor schuld en schaamte maakt dat mensen hun schaduwkanten niet onder ogen durven zien en die gaan ontkennen. Niet voor niets kan en wil een deel van de Westerse mensen zich daar niet meer in herkennen.

Andere voorstellingen waarbij Goddelijke Kracht ofwel Puur Bewustzijn, zichzelf doet incarneren, vorm aanneemt in o.a. de mens, zijn passender bij de evolutiefase van emancipatie en bewustzijn waarin we nu zijn beland. Het uitgangspunt is dan: ‘Wij mensen zijn Goddelijk.’ Wij hebben weliswaar de sterke neiging onze blik en mogelijkheden te beperken door identificatie met het ego en door identificatie met onze materiële vorm(en); daardoor beseffen we niet meer wie we zijn. Bewustwording van wie we zijn is het sleutelwoord tot groei: door de identificatie met het Goddelijke in onszelf aan te gaan, kunnen we ons ego overstijgen. Het verschil voelen tussen het ego en dat andere onaantastbare Goddelijke in de mens vereist oefening en discipline. Zelfonderzoek is daarbij een krachtig hulpmiddel en geen narcisme die verbinding in de weg staat zoals vaak wordt beweerd.
Het lijkt een nuance om de zaak om te draaien maar dat is het niet. Het is cruciaal want zo is de mens niet meer de afhankelijke zondaar die boete moet doen maar de onafhankelijke god die het kleed van de mens heeft aangenomen. Het Goddelijke is die abstracte kracht die aangeboord kan worden in het Zelf van een vrije, geëmancipeerde mens die Bewustzijn wil ontwikkelen.
De katholieke kerk zoals ze nu is ingericht en met wat zij nu verkondigt, zal het alleen nog goed doen in de vele landen waar oude beperkende denkpatronen verbonden zijn aan patriarchale familiestructuren. De kerk doet er trouwens geen goed aan deze denkstructuren daar te ondersteunen want ook in die landen heeft de mens het recht zich te emanciperen, zich bewust te worden, veel verder en veel meer dan de katholieke kerk toelaat.

Hoezeer het artikel van Antoine Bodar me ook raakt, de katholieke kerk verdedigt iets wat de emancipatie van de mens in zijn volle betekenis niet steunt. Ik geloof in een mens die haar oneindige mogelijkheden onderzoekt, groeit door Bewustwording en zich met passie wil verbinden met alle andere schepselen.
Ja, ik ben deze kerk die mij met rituelen en mysteriën heeft doen opgroeien nog steeds dankbaar. En nee,ik wil er niet meer bijhoren: ik wil geen patriarchale scheefgroei meer steunen- dat is voor niemand van ons goed.