“Ach, mevrouw, het is nog veel erger dan u denkt….”
Ik ben een afvallige. Van de zomer heb ik mijn opzegbrief zelf naar de parochie gebracht. Een pastor belde me met de vraag wat me tot deze stap had bewogen. Ik vond de kerk te patriarchaal, legde ik uit en de vrouw verzuchtte: “Ach mevrouw, het is nog veel erger dan u denkt.”
De bewerking van de toespraak van Antoine Bodar, die hij hield bij de presentatie van zijn glossy, zoals 5 februari gepubliceerd door het dagblad Trouw, raakt mij omdat ik een relaas lees van een mens die verantwoordelijkheid wil nemen neemt voor misstanden binnen het instituut dat hij vertegenwoordigt. Wat ik mis, is een analyse van hoe juist deze misstanden hebben kunnen gebeuren, hoe er een relatie is met de aard van de leer en de organisatie van deze kerk.
Ik ben éen van degenen die de katholieke kerk niet meer van deze tijd vindt; Bodar zegt mij veel te makkelijk dat dergelijke opmerkingen gemaakt worden zonder nadenken.
De institutie zowel als de leer van de kerk zijn niet tijdloos, ze horen bij een bepaalde fase van de ontwikkeling van de mens. In mijn optie is er een enorme paradigmashift gaande. Het zich laten bepalen door gezagsstructuren en beperkende denkpatronen maakt plaats voor bewustwording en emancipatie en nieuwe vormen van verbindingen tussen mensen. Er is ook een zoeken naar nieuwe vormen van spiritualiteitbeleving. We kiezen meer en meer voor een mens die zich in vrijheid kan ontwikkelen.
Het is in dat licht de patriarchale god die irriteert. De vaderfiguur die liefheeft en straft op een manier die in zwang was in het Midden-Oosten in de tijd van het ontstaan van de Bijbel. Door deze voorstellingen ontstaan er ‘imprints’ in de geest maar ook in de ziel. Het gebruik van een voortdurend ‘Hij’ voor het Goddelijke heeft wezenlijk invloed op de persoonlijkheidsontwikkeling als jongen tot man en als meisje tot vrouw. Taal is niet zomaar een mantel. De woordkeus op zich zegt wat over ‘de kijk op de dingen’. De woordkeus heeft niet alleen mentale invloed maar ook invloed op de ziel, zeker als de mens zo openstaat als op een moment van spirituele beleving.
Het antropomorfisch beschrijven van het Goddelijke is niet het probleem. Het gaat erom dat er geen evenwicht wordt aangebracht tussen vrouwelijke en mannelijke krachten die beide als Goddelijk worden aangemerkt; niet gelijk aan elkaar maar gelijkwaardig aan elkaar.
Dit gebeurt wel in verschillende spirituele leren van over de hele wereld die niet tot het heersende Jodendom/ Christendom en de Islam gerekend worden en als heidens en/of polytheïstisch worden afgedaan. De waarneming door de bril van deze patriarchale drie was en is echter zelden accuraat en doet geen recht aan deze andere vormen van beleven van de mysteriën van het leven.
De leer heeft een patriarchaal karakter en daaruit vloeit voort dat de organisatie van de kerk dat ook heeft. Mannen die de leiding hebben en mannen die bemiddelaar zijn tussen het Goddelijke en de mensen, en met name mannen die het intellectuele gedachtegoed bepalen.
Er is te weinig gelijkwaardige uitwisseling met vrouwen waardoor het vrouwelijke in deze mannen die de organisatie vorm geven niet op gebalanceerde wijze tot ontwikkeling kan komen. Zo wordt disharmonie in de geesten van zovelen gecreëerd. De situatie zoals die nu is, ervaar ik bovendien als uiterst pijnlijk voor vrouwen. De prachtige priesterrol wordt hen onthouden en een prominente rol in het ontwikkelen van het intellectuele gedachtegoed in de kerk wordt hen onthouden. Het is in een organisatie van wereldformaat die zoveel invloed heeft op het persoonlijke leven van mensen een Heilige plicht om vrouwen en mannen samen voortrekkersrollen te laten vervullen en beide priesterlijke handelingen te laten verrichten.
Er is nog een ander punt. God staat in de katholieke leer buiten de mens. Hij heeft de mens weliswaar bekleed met een kracht als de zijne, hij heeft zijn oog in hun hart geplant, maar heeft hen deze zaken ‘gegeven’.
Zo een buiten de mens staande god, is een patriarchale macht. De mens moet maar afwachten wat haar of hem toevalt. Een dergelijke voorstelling van de relatie tussen het Goddelijke en de mens maakt de mens tot een arm wezen, die gebukt gaat onder schuld en schaamte, die weinig kan ingrijpen in haar/ zijn bestaan. Angst voor schuld en schaamte maakt dat mensen hun schaduwkanten niet onder ogen durven zien en die gaan ontkennen. Niet voor niets kan en wil een deel van de Westerse mensen zich daar niet meer in herkennen.
Andere voorstellingen waarbij Goddelijke Kracht ofwel Puur Bewustzijn, zichzelf doet incarneren, vorm aanneemt in o.a. de mens, zijn passender bij de evolutiefase van emancipatie en bewustzijn waarin we nu zijn beland. Het uitgangspunt is dan: ‘Wij mensen zijn Goddelijk.’ Wij hebben weliswaar de sterke neiging onze blik en mogelijkheden te beperken door identificatie met het ego en door identificatie met onze materiële vorm(en); daardoor beseffen we niet meer wie we zijn. Bewustwording van wie we zijn is het sleutelwoord tot groei: door de identificatie met het Goddelijke in onszelf aan te gaan, kunnen we ons ego overstijgen. Het verschil voelen tussen het ego en dat andere onaantastbare Goddelijke in de mens vereist oefening en discipline. Zelfonderzoek is daarbij een krachtig hulpmiddel en geen narcisme die verbinding in de weg staat zoals vaak wordt beweerd.
Het lijkt een nuance om de zaak om te draaien maar dat is het niet. Het is cruciaal want zo is de mens niet meer de afhankelijke zondaar die boete moet doen maar de onafhankelijke god die het kleed van de mens heeft aangenomen. Het Goddelijke is die abstracte kracht die aangeboord kan worden in het Zelf van een vrije, geëmancipeerde mens die Bewustzijn wil ontwikkelen.
De katholieke kerk zoals ze nu is ingericht en met wat zij nu verkondigt, zal het alleen nog goed doen in de vele landen waar oude beperkende denkpatronen verbonden zijn aan patriarchale familiestructuren. De kerk doet er trouwens geen goed aan deze denkstructuren daar te ondersteunen want ook in die landen heeft de mens het recht zich te emanciperen, zich bewust te worden, veel verder en veel meer dan de katholieke kerk toelaat.
Hoezeer het artikel van Antoine Bodar me ook raakt, de katholieke kerk verdedigt iets wat de emancipatie van de mens in zijn volle betekenis niet steunt. Ik geloof in een mens die haar oneindige mogelijkheden onderzoekt, groeit door Bewustwording en zich met passie wil verbinden met alle andere schepselen.
Ja, ik ben deze kerk die mij met rituelen en mysteriën heeft doen opgroeien nog steeds dankbaar. En nee,ik wil er niet meer bijhoren: ik wil geen patriarchale scheefgroei meer steunen- dat is voor niemand van ons goed.